Technische Support

Snel antwoord op jouw technische vragen

Accu's parallel schakelen bij een thuisbatterij: modules stapelen en torens koppelen

Accu's parallel schakelen bij een thuisbatterij: modules stapelen en torens koppelen

Klanten vragen steeds vaker om een thuisbatterij die later meegroeit. Een systeem van 10 kWh vandaag, een elektrische auto over twee jaar, een warmtepomp daarna. Als installateur bepaal je bij de eerste offerte al of die uitbreiding straks een kwestie is van een module bijplaatsen, of van het hele systeem vervangen. Accu's parallel schakelen betekende vroeger kabels tussen polen leggen. Bij een stapelbare thuisbatterij zit die schakeling in het product en verschuift jouw vraag naar het aantal modules per toren en het aantal torens per omvormer.

In dit artikel leggen we uit hoe een stapelbaar batterijsysteem onderling geschakeld staat, hoe je een tweede batterijtoren parallel koppelt en waar je op let bij het laden en uitbreiden van een bestaande installatie.

Inhoudsopgave

Wat betekent accu's parallel schakelen?

Accu's parallel schakelen betekent dat je de pluspolen onderling verbindt en de minpolen onderling. De spanning blijft gelijk en de capaciteit telt op. Serie schakelen werkt andersom: daarbij verbind je de pluspool van de ene accu met de minpool van de volgende accu, waardoor de spanning optelt en de capaciteit gelijk blijft.

Die twee regels gelden voor elke batterij, van een losse accu tot een thuisbatterij van 30 kWh. Het verschil zit in wie de schakeling maakt. Bij losse accu's leg je zelf kabels tussen de polen en ben je verantwoordelijk voor gelijke kabellengtes, zekeringen en de laadstroom. Bij een stapelbare thuisbatterij zit de schakeling in het product ingebouwd. Jij bepaalt alleen het aantal modules en het aantal torens.

Serie of parallel is bij een thuisbatterij dus geen ontwerpvraag meer. De ontwerpvraag is geworden: hoe ver groeit dit systeem mee zonder dat de omvormer eruit moet? Voor de basis achter deze systeemopbouw lees je eerst wat een thuisbatterij is.

Staan de batterijen in een thuisbatterij in serie of parallel?

In een thuisbatterij kom je beide schakelingen tegen, op twee verschillende niveaus. De modules binnen één batterijtoren vormen samen één batterij met één gezamenlijke spanning richting de omvormer. Plaats je twee of meer torens, dan koppel je die torens parallel op de batterij-ingang van dezelfde omvormer. De capaciteit telt daarbij op, de spanning niet.

De onderlinge schakeling binnen de toren ligt bij de nieuwste generatie systemen niet meer vast. Verschillende fabrikanten geven elke batterijmodule een eigen bidirectionele DC/DC-module of een eigen BMS. Die opzet ontkoppelt de modules van elkaar: het systeem stuurt elke module afzonderlijk aan in plaats van als vaste schakel in een reeks. Daarmee verklaar je richting jouw klant waarom de ene serie modules van verschillende grootte en leeftijd in één stapel toelaat en de andere serie niet.

De communicatie tussen de modules, de BMS accu en de omvormer lopen bij vrijwel alle merken via de CAN-bus. Het BMS bewaakt elke cel, verdeelt de laadstroom en houdt de laadtoestand van de modules gelijk. Handmatige celbalancering of een externe balancer is bij deze systemen niet aan de orde. Welke architectuur een merk toepast, staat in de handleiding en bepaalt de uitbreidmogelijkheden achteraf. Het overzicht van thuisbatterij soorten zet de technologieën naast elkaar.

Hoe stapel je batterijmodules in één batterijtoren?

Bij een vloerstaand systeem volg je zes stappen. De exacte maten, aandraaimomenten en aantallen haal je uit de handleiding van het merk dat je plaatst; de volgorde is bij vrijwel elk stapelbaar systeem gelijk.

  1. Plaats de basis waterpas. Zet de basis op een vlakke ondergrond, parallel aan de wand, op de voorgeschreven afstand. De meeste bases hebben een ingebouwde libel. Staat de luchtbel niet centraal, dan stel je de hoogte bij met de stelschroeven. Een scheve basis van 1 mm loopt bij de bovenste module op tot een connector die niet volledig grijpt.
  2. Bevestig de basis aan de vloer. Markeer de gaten met het meegeleverde positioneringsbord, boor tot de voorgeschreven diepte en draai de expansieschroeven aan op het opgegeven moment.
  3. Plaats de eerste module. Monteer de handgrepen, verwijder de connectorkap en zet de module op de basis tot de connector volledig grijpt. Batterijmodules wegen tientallen kilo's per stuk. Plan twee man in en houd rekening met de looproute naar de opstelplaats.
  4. Zet de module vast. Schroef de module aan de basis en bevestig de L-beugels aan de wand. Die beugels dragen het systeem bij trillingen en plaats je bij elke module opnieuw.
  5. Stapel de volgende modules. Residentiële systemen nemen doorgaans 3 tot 6 modules per toren, met een capaciteit van 5 tot 9 kWh per module. Elke module klikt met dezelfde connector op de vorige.
  6. Stel de afsluitweerstand in. Bij batterijen die in één toren gestapeld staan, hoort de terminatieweerstand in de voorgeschreven stand. Daarna plaats je de omvormer of de vermogensmodule op de stapel.

Kies je voor wandmontage, controleer dan vooraf het maximale aantal modules. Fabrikanten beperken wandmontage doorgaans tot een klein aantal modules vanwege het totale gewicht; daarboven is een vloerstaande opstelling voorgeschreven. Houd rondom de toren de vrije ruimte uit de handleiding aan, aan de bovenzijde, de zijkanten en de voorzijde. Die ruimte is nodig voor koeling en voor service achteraf. Boven de opgegeven omgevingstemperatuur treedt derating op en levert het systeem minder vermogen. Een krappe technische ruimte kost jouw klant dus rendement.

Hoe koppel je een tweede batterijtoren parallel?

Een tweede batterijtoren koppel je met de batterijkabel uit de parallel-installatieset. Die kabel loopt vanaf de kabelinvoer van de tweede toren naar de batterijklemmen van de omvormer of van de eerste toren. Het aantal torens per omvormer verschilt sterk per merk: residentiële systemen ondersteunen doorgaans 2 torens, driefasesystemen en commercieel georiënteerde series lopen op tot 4 of meer.

Vier aandachtspunten bij het parallel plaatsen van torens:

  • Onderlinge afstand: houd de opgegeven tussenruimte aan, meestal enkele honderden millimeters.
  • Accessoires: de kabelset voor een torenparallel-systeem zit niet standaard in de doos. Zet die apart op de order, anders sta je op locatie stil.
  • Afsluitweerstand: de stand verschilt tussen een enkele toren en een parallelopstelling. Controleer de instelling voordat je het systeem inschakelt.
  • Omvormerlimiet: meer torens dan het maximum vraagt een tweede systeem, niet een extra kabel.

Vraag bij de offerte al naar de uitbreidingsplannen van jouw klant. Bepaal daarna het aantal modules op basis van het verbruiksprofiel; in het artikel over thuisbatterij capaciteit begrijpen en berekenen staat de rekenmethode per profiel. Een systeem dat vanaf de eerste toren is uitgelegd op uitbreiding voorkomt dat je bij de tweede toren alsnog de omvormer vervangt. Dat gesprek voer je liever vooraf dan achteraf.

Twee modulaire batterijtorens die parallel zijn gekoppeld aan één hybride omvormer.

Hoe laad je parallel geschakelde batterijen?

Parallel geschakelde batterijmodules laad je niet afzonderlijk. De hybride omvormer laadt het volledige systeem als één batterij en het BMS verdeelt de laadstroom over de modules. Een aparte lader per module, kruislings aansluiten of vooraf opladen van losse modules is bij deze systemen niet nodig.

Het laadvermogen schaalt mee met het aantal modules, tot het maximum van de omvormer. Vier modules leveren samen meer laad- en ontlaadvermogen dan één module, maar de omvormer begrenst het systeem. Capaciteit uitbreiden verhoogt dus de looptijd en niet automatisch het vermogen. Dat onderscheid maakt verschil in de verwachting die je bij de eindklant wekt: een grotere batterij betekent langer overbruggen, niet zwaarder belasten. Welke combinatie past bij het project lees je in welke omvormer je nodig hebt bij een thuisbatterij.

Ook een uitbreiding achteraf vraagt bij systemen met sturing per module geen handmatige voorbereiding. Het systeem brengt de laadtoestand van een nieuwe module automatisch gelijk met de rest van de stapel. Het klassieke risico van een volle module naast een lege module vervalt daarmee, en jij bespaart de wachttijd die voorladen kostte.

Wat is het nadeel van een parallelschakeling?

Het bekendste nadeel van een parallelschakeling is onbalans: de eenheid met de laagste interne weerstand neemt de meeste stroom op en veroudert het snelst. Bij een thuisbatterij met sturing per module vervalt dat nadeel, omdat het systeem elke module afzonderlijk regelt.

Wat overblijft, is praktisch van aard. Een tweede toren vraagt extra vloeroppervlak en extra vrije ruimte rondom. Het maximale laad- en ontlaadvermogen blijft begrensd door de omvormer, ook wanneer de capaciteit verdubbelt. En elke uitbreiding verschuift het systeem richting de grens waarboven aanvullende veiligheidseisen in beeld komen.

Mag je batterijen met verschillende capaciteit combineren?

Het combineren van batterijen met verschillende capaciteit of leeftijd verschilt per merk en per serie. De klassieke regel "alleen identieke accu's" komt uit installaties waarin accu's direct aan elkaar gekoppeld zijn. Bij systemen met sturing per module geldt die regel niet meer.

Twee architecturen naast elkaar:

  • Sturing per module: elke batterijmodule heeft een eigen DC/DC-module of een eigen BMS. Verschillende fabrikanten voeren op basis daarvan het combineren van nieuwe en bestaande packs op als productkenmerk, en sommige series laten binnen één stapel modules van twee capaciteiten toe.
  • Vaste onderlinge schakeling: de modules vormen samen één reeks zonder afzonderlijke sturing. Daar blijft de oude voorwaarde overeind: gelijke modules, gelijke capaciteit en gelijke firmware. Een mismatch leidt tot ongelijke belasting en tot vroegtijdige uitval van de zwakste module.

Raadpleeg daarom altijd de handleiding van de fabrikant voordat je een bestaand systeem uitbreidt. Vraag Navetto welke modules binnen een serie combineerbaar zijn, zeker wanneer de bestaande batterij van jouw klant enkele jaren oud is of uit een eerdere productgeneratie komt. Een aanname op basis van een ander merk gaat hier vrijwel altijd mis, en de klant staat erbij.

7 fouten bij het koppelen van meerdere batterijen

  1. Modules van verschillende merken in één toren. Een batterijtoren werkt uitsluitend met modules uit dezelfde serie. Merken onderling combineren is geen optie.
  2. Afsluitweerstand in de verkeerde stand. Zonder de juiste instelling valt de CAN-communicatie tussen de modules weg en herkent de omvormer het systeem niet volledig.
  3. Te krappe opstelling. Minder vrije ruimte dan de handleiding voorschrijft belemmert de koeling. Boven de opgegeven omgevingstemperatuur treedt derating op.
  4. Meer torens dan de omvormer ondersteunt. Het maximum staat in de handleiding en verschilt per omvormertype binnen hetzelfde merk.
  5. Verkeerd aandraaimoment. Elke schroefmaat en elke wartel heeft een eigen waarde. Te vast aandraaien beschadigt de connector, te los aandraaien geeft overgangsweerstand.
  6. Uitbreiding zonder herberekening van de installatie. Een grotere batterij verhoogt de stroom door de bestaande groep. De volledige installatie voldoet aan NEN 1010, ook na de uitbreiding.
  7. Geen melding bij de netbeheerder. Een gewijzigd opgesteld vermogen meld je opnieuw aan. Dat staat los van de installatie zelf, maar hoort wel bij de oplevering.

Wanneer valt een uitgebreid systeem onder PGS 37-1?

Thuisbatterijen vallen formeel buiten de reikwijdte van PGS 37-1, ongeacht de opslagcapaciteit. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bevestigde dat standpunt in het consultatierapport van januari 2026: regulering van thuisbatterijen past volgens het ministerie beter binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving. De drempel van 20 kWh in PGS 37-1 geldt voor energieopslagsystemen zoals buurtbatterijen en industriële installaties.

In de praktijk hanteren verzekeraars en gemeenten die 20 kWh alsnog als toetsingsgrens. Twee gestapelde torens komen daar snel boven: twee torens van 30 kWh leveren samen 60 kWh. Bij zulke systemen vragen verzekeraars regelmatig om aantoonbare maatregelen op basis van PGS 37-1, zoals 60 minuten brandwerendheid van de omliggende constructie en een aparte opstelruimte.

Stem een uitbreiding boven 20 kWh daarom vooraf af met de verzekeraar van de eindklant en leg de gemaakte keuzes vast in de opleverdocumentatie. Verzekeraars vragen daarnaar op het moment dat er schade is, niet ervoor. In het artikel over thuisbatterij en brandgevaar staan de risico's en preventiemaatregelen op een rij.

Levering en technische ondersteuning voor installateurs

Een systeem dat later meegroeit begint bij de juiste keuze vooraf: het aantal modules per toren, het aantal torens per omvormer en de vraag of nieuwe en bestaande modules combineerbaar zijn. Die grenzen verschillen per merk, per serie en soms per omvormertype binnen één merk. Wij denken met je mee over de systeemopbouw, controleren de compatibiliteit tussen modules en leveren de accessoires voor torenparallel-installaties uit voorraad. Zo lever je elke klant een installatie die over vijf jaar nog uitbreidbaar is. Bekijk het assortiment energieopslag voor de complete lijn stapelbare thuisbatterijen.